Maandelijks archief: augustus 2014

Namen

423px-Félicien_Rops_(photo)Félicien Joseph Victor Rops

(Namen 1833 –  Essonnes1898)

was een Belgisch graficusschilder en karikaturist. Zijn werk is veelal  satanistisch  en licht pornografisch getint. De vrouwenfiguren, die de verleiding en het Kwaad personifiëren, zijn doorgaans gemodelleerd naar de Vlaamse meisjes waar Rops zo verzot op was.

Rops leefde in een tijd waarin de kerkelijke overtuigingen en dogma’s door het opkomende rationalisme flink ‘onder vuur lagen’. Op jonge leeftijd bezocht Rops een jezuïetenschool. Hij maakte al vroeg satirische prenten waarin hij de hypocrisie van de kerk aan de kaak stelde. Dit soort prenten publiceerde hij bijvoorbeeld in het blad Uylenspiegel, dat hij met geërfd geld in eigen beheer uitgaf toen hij in Brussel studeerde.

Op latere leeftijd onderhield Rops nauwe contacten met symbolistische dichters. Hij illustreerde meerdere uitgaven, bijvoorbeeld: Les épaves, een selectie uit Baudelaires Les Fleurs du mal.

Rops koesterde zijn onbekendheid en wilde niet beroemd zijn bij de massa van zogenaamd nette en eerlijke mensen, waar hij op neerkeek en van walgde.
Bron : Wikipedia

Provinciaal museum Félicien Rops
Het museum is ondergebracht in een oud herenhuis in het hartje van het oude Namen, vlakbij het geboortehuis van de kunstenaar (1833-1898). Alle belangrijke thema’s, aangesneden door Rops, komen er aan bod (de vrouw, de liefde, de begeerte en de dood), vanaf het begin van zijn carrière als tekenaar van spotprenten in Brussel tot aan zijn bevestiging in Parijs. Regelmatig staan er tijdelijke tentoonstellingen over de 19de eeuw en de tekenkunst op het programma. Het museum geeft ook talrijke publicaties uit.

Bron : http://www.belgie-toerisme.be/

musee des arts anciensHet Provinciaal Museum voor Oude Kunsten van Namen

bewaart en stelt een verzameling van kunstvoorwerpen uit de Middeleeuwen en de Renaissance voor in een mooi herenhuis van de 18de eeuw, het Hôtel de Gaiffier d’Hestroy (eigendom van de provincie Namen). De onlangs gerestaureerde stucgevel staat op de lijst van het uitzonderlijke Erfdeel van Wallonië. De instelling verkreeg de hoogste onderscheiding van de museumsector en streeft constant naar het herleven van haar culturele erfenis.

In het museum is sinds september2010 de schat van de voormalige priorij van Oignies, één van de “7 wonderen van België”, ondergebracht. Die uitzonderlijke collectie, samengesteld uit een veertigtal meesterwerken in edelsmeedkunst uit de 13de eeuw is enig in haar soort door de weelde van de gebruikte materialen, door de verscheidenheid van de technieken en door de creativiteit van broeder Hugo.

Bron : http://www.museedesartsanciens.be/

Tweedaagse kooruitstap naar Namen en Durbuy

imagesNamenLink naar de fotoboeken Namen en Durbuy:
durbuysign
met dank aan de fotografen: Leo, Hilde, Agnes, Hannelore en  Patrick

Hier volgt het verslag door voorzitter Paul:
Dag 1:  11 oktober 2014: bezoek aan  Namen

In 2008 maakten we voor het laatst een meerdaagse uitstap met het koor Fiori Musicali. We reisden naar Wittenberg en omgeving waar we voor een drietal succesvolle optredens zorgden.Sindsdien waren de uitstappen beperkt tot een bezoek aan Dendermonde en Mechelen en werd het hoogtijd om nog eens op ‘verplaatsing’ te zingen. Via Patricia kwamen we in contact met de pastoor van Durbuy en algauw werd besloten een tweedaagse uitstap te organiseren.

Ik was bereid om de organisatie op mij te nemen en in het voorjaar trokken we met enkele bestuursleden naar Durbuy voor een eerste contact met abbé de Lovinfosse, pastoor in Durbuy en afkomstig van Sint-Niklaas.  De vrij jonge, dynamische priester reageerde heel positief. We vonden een heel mooie locatie voor de overnachting en konden een afspraak maken voor het middagmaal op zondag.

Zaterdagmorgen, 11 oktober 2014. We vertrekken met 44 deelnemers, koorleden, partners en sympathisanten naar Namen voor een stadsbezoek. Chris is de chauffeur. Onderweg verwent Rita ons met koffie en cakejes. Onze gidsen, Guido Colpaert, bekend bij sommige Sint-Niklazenaren, en Nicole, een plaatselijke stadsgids, wachten ons op aan de rue du Grognon.

We werden in twee groepen ingedeeld. Groep 1 trekt met Guido naar het le Musée des Arts Anciens. Groep 2 maakt zich op voor een stadswandeling.

In het museum, gevestigd in een patriciërswoning uit de 18de eeuw, zijn vooral kunstwerken uit de middeleeuwen en de renaissance tentoongesteld.

We hebben slechts een uurtje de tijd en Guido beperkt zich tot twee belangrijke reeksen kunstwerken. landschapHij begint met het werk van Hugo d’Oignies, een edelsmid en broeder van de priorij van Oignies. Hugo was een uitzonderlijk begaafd kunstenaar die zijn plaats in de kunstgeschiedenis dankte aan de door hem vervaardigde rijk gedecoreerde reliekhouders. Ze vormen de kern van de schat van Oignies. De werken werden gemaakt tussen 1228 en 1240. De kerkschat was, ook na het opheffen van de priorij in 1796 door de Franse revolutionairen, vrijwel in zijn geheel bewaard gebleven en bevindt zich sinds 2010 in het museum van Namen. Hugo gebruikte materialen zoals goud, zilver, koper, email, bergkristal en (half)edelstenen. De collectie is enig in zijn soort door de verscheidenheid van de technieken en de creativiteit van broeder Hugo. Uniek voor deze periode is het feit dat Hugo een aantal van zijn werken signeerde. Zo staat er in de voet van een miskelk uit 1228 gegraveerd: ‘Hugo me fecit’ ( ik ben gemaakt door Hugo )

landschap1

Een andere belangrijke kunstenaar is Henri Bles, een Zuid-Nederlands schilder uit het begin van de 16de eeuw.Hij schilderde panoramische vergezichten met opvallende rotspartijen, legde het accent meer op de voorgrond dan op het vergezicht en paste warme kleuren toe. De figuren in zijn landschappen zijn klein en ondergeschikt aan het grote geheel. Hij was ongetwijfeld beïnvloed door de schilder Jeronimus Bosch.
Met veel enthousiasme en getuigend van een brede culturele bagage maakt Guido ons vertrouwd met deze werken van uitzonderlijke kwaliteit.

Volgt nu een wandeling in de stad begeleid door Nicole die zonet een kennismaking beëindigd heeft met groep 2. We bezichtigen de onafgewerkte gevel van het stadhuis waar door middel van fresco’s onder de vorm van een ‘trompe-l’œil’, de geschiedenis van Wallonië uitgebeeld wordt zowel wat politiek, sport, cultuur als industrie betreft. Verder lopen we voorbij het Koninklijk theater, zien de oude toren van het belfort en blijven even staan bij de leugenaar stoel. Het symbool van de stad Namen is de slak. Met enige zelfspot plaatsten de inwoners van Namen een beeldengroep in het centrum. Hierin doen twee stripfiguren een verwoede poging slakken in een kooi op te sluiten en aan de ketting te leggen. Anders zijn de slakken de inwoners van Namen te snel af… In de ‘Halle Al’Chair’, de vroegere beenhouwershallen, bevindt zich het reliëfplan van Namen gemaakt ten tijde van Lodewijk XV. Het bevat een schat van informatie over de oude stad. Na nog een blik op de citadel van Namen is het tijd om te lunchen.

In het restaurant ‘Les Tanneurs’ staat de tafel gedekt. De belegde sandwiches smaken. Iedereen is in prima stemming en Simon vindt het moment geschikt om vóór het restaurant een ‘koormoment’ in te schakelen. Enkele voorbijgangers luisteren verrast naar ’Lascia Ch’io Pianga’.

Met Guido trekt groep 1 nu naar het museum Félicien Rops.

Het museum is ondergebracht in een oud herenhuis in het hartje van het oude Namen, vlakbij het geboortehuis van de kunstenaar. Félicien Rops leefde van 1833-1898 en was schilder, graficus en karikaturist. Rops stond bekend als een wildebras met een liefde voor de vrouw, de lust en de begeerte. Dat zie je terug in zijn licht erotisch getinte schilderijen. Een schande in die tijd. Maar Rops zette zich graag af tegen de algemene opinie en tegen de kerk. Al snel verhuisde hij uit Namen naar het vrijere Parijs. Op latere leeftijd verzorgde hij veelal de prenten bij het werk van grote dichters. Félicien Rops is, ondanks dat hij dat zelf niet wilde, de trots van Namen. In het museum hangt veel van zijn werk. Van de spotprenten in het begin van zijn creatieve carrière tot zijn grootste schilderijen.

rops1

We bekijken enkele werken in detail : ‘wie alles wil zien heeft niets gezien’. Enkele gravures zijn vrij algemeen bekend, andere vragen meer uitleg en Guido zorgt daarvoor. Voor de meesten van ons is het een eerste kennismaking met de werken van Rops. De algemene indruk zal zeker nog lang in het geheugen blijven.

Er volgt nu een tweede stadswandeling. We stoppen eerst op de ‘Place Marché aux Légumes’, een plein dat nog steeds dezelfde charme uitstraalt als in de 18de eeuw. Een andere bezienswaardigheid is de barokke Saint-Loupkerk tussen 1621 en 1645 gebouwd door de jezuïeten met materialen die geleverd werden door Naamse steenkappers. In het interieur vallen de stenen gewelven op en de prachtige gesculpteerde biechtstoelen. Een blik op de binnenkoer van het aangrenzende atheneum, vroeger een jezuïetencollege, loont eveneens de moeite. In de universiteitswijk zien we het Arsenaal. Het gebouw werd in de 17de eeuw gebouwd door Vauban , de militaire ingenieur van Lodewijk XIV, voor de opslag van wapens. Tegenwoordig wordt het gebruikt als universitair restaurant en congrescentrum. We beëindigen de wandeling in de kathedraal waar een tweede, uitgebreider koormoment ingelast wordt. We zingen een drietal liederen en genieten van de akoestiek. Guido, vroeger ook koorzanger, voelt zich goed bij de bassen.

In ‘La maison des desserts’ blazen we uit. We arriveren wat later dan voorzien waardoor onze gereserveerde plaatsen niet meer beschikbaar zijn. In deze drukke zaak vindt iedereen uiteindelijk toch een plaatsje. Een bezoek aan de citadel wordt wegens tijdsgebrek geschrapt.

AZURAZUR2AZUR3
Azur en Ardenne, Rue de la Jastrée 31, 6940 Barvaux-sur Ourthe / Tel. 086 21 94 00

Na ongeveer een uurtje rijden arriveren we rond kwart over zes in het vakantieverblijf ‘Azur en Ardenne’ . We worden in vloeiend Nederlands ontvangen en het inchecken verloopt vlot. Iedereen is in zijn nopjes met de mooie kamer en de uitstekende accommodatie. Enkele moedigen wagen een duik in het zwembad. In het restaurant staan ronde tafels gedekt. Vriendelijke maar onervaren obers zorgen voor de drank. Met vertraging wordt het voorgerecht – salade van fazant – opgediend. Ook de hoofdschotel – hazenrug – valt in de smaak. De sfeer is opperbest.

We besluiten de avond met de ‘quiz van de dirigent’. Simon heeft heel wat voorbereidend werk verricht met als resultaat een ludieke maar soms ook licht chaotische vragenstelling. Naast ernstige vragen worden we ook aan praktische proeven onderworpen : wie ontpopte zich als de beste amateur-dirigent ?

Dag 2: 12 oktober 2015:
Eucharistieviering en stadsbezoek Durbuy

kerk durbuyZondagmorgen, 12 oktober 2014. Na een goede nachtrust en een uitgebreid ontbijt maken we ons ²klaar voor de korte trip naar Durbuy. Een koormoment in de hall van het vakantieverblijf mag echter niet ontbreken. Met ‘Als ick u vinde’ komen de stembanden los.

Zoals afgesproken werd staat de parochieverantwoordelijke ons op te wachten in de parochiekerk van Durbuy. De pastorie staat te onzer beschikking om ons, zo nodig, om te kleden. Vóór het koor creëren we ruimte om ons op te stellen. We nemen het programma nog eens door en vóór de eucharistieviering krijgt Simon de gelegenheid om met abbé de Lovinfosse enkele afspraken te maken. De pastoor verwelkomt het koor en voegt er aan toe dat zijn roots in Sint-Niklaas liggen. De belangstelling is matig. We zingen echter met aandacht en enthousiasme, o.a. de mooie compositie van Rik Heirbaut. Onder de aanwezigen merk ik Elsy en Michel op, een bevriend echtpaar uit Kapelle-op-den-Bos. Een sympathiek gebaar. De viering kent een klassiek verloop met een – naar onze normen althans – veel te lange maar met overtuiging gebrachte tweetalige homilie. Als dank voor het applaus na de viering zingen we het stemmige ‘If ye love me’.

In het restaurant ‘La Calèche’ staat de tafel gedekt. De bediening verloopt vlot en de menukeuze valt in de smaak. Het is er heel druk zodat er uiteindelijk onvoldoende tijd rest om de geplande wandeling van 6,9 km aan te vatten. Wie fit genoeg is maakt dan een korte verkenningswandeling langs de Ourthe. Nadien rest er nog wat tijd voor een terrasje.
De eerste regendruppels vallen als om 17.30 uur de autocar klaar staat voor de terugrit. Patrick dankt voor de organisatie van het geslaagde weekend en Simon heeft lovende woorden voor de inzet van alle koorleden. Om de gevolgen van het fileleed wat te verzachten put Dirk uit zijn uitgebreid moppenrepertorium.
Tevreden over deze tweedaagse nemen we op het Sint-Jansplein afscheid.

Paul
  • Programma van de viering
    Missa in Honorem Sancta-Catherinae – Rik Heirbaut
    Lascia Ch’io Pianga – G.F. Händel
    Ave Verum – W.A. Mozart
    Zum Sanctus – F. Schubert
    Panis Angelicus – C. Casciolin
    If Ye Love Me – T. Tallis
    Ave Maria – E. Tinel